Ontwikkelingsvisie Remisekwartier

    Om de rijke historische collectie van Amsterdamse trams en bussen beter te huisvesten en te kunnen exposeren heeft de stichting MOVE het initiatief genomen om een openbaar vervoermuseum te stichten. Het museum met veel rijdend materieel dient goed aangesloten te zijn op de museumtramlijn en het stadsnet, dat gebruikt wordt voor de populaire touristtram. Binnen de totale herontwikkeling van het Remisekwartier Havenstraat vormt het nieuwe OV-museum van Amsterdam een belangrijk onderdeel.

    Op de sporen van het verleden

    In opdracht van de stichting MOVE heeft Vitibuck Architects in een interdisciplinair team  een visie ontwikkeld voor het Remisekwartier Havenstraat. Aanleiding hiervoor is het initiatief van stichting MOVE om op deze locatie een openbaar vervoermuseum te stichten. Gelegen tussen het Olympiakwartier, de Schinkel Eilanden en de GVB remise is het Havenstraatterrein een bijzonder stuk stad. De locatie wordt gekenmerkt door een verzameling van loodsen, kleine bedrijfunits, garages en de overal aanwezige spoortracés. De huidige museumlijn verbindt het Haarlemmermeerstation, een rijksmonument, met Amstelveen en doorkruist het gebied. Uitgangspunt voor deze visie is de cultuurhistorische voetprint van de locatie. Gekozen wordt voor een verdichting aan de noordzijde van het gebied tegen de huidige GVB-remise aan. Een sterke ruggengraat met wonen, werken en publieke/commerciële functies, zoals het OV-museum en het stadsdeelkantoor biedt ruimte voor een langgerekt stadspark. Deze openbare ruimte verbindt de locatie met het sportpark langs de Schinkel en het Olympiakwartier. Het museum is voorgesteld als een lineair volume met een te openen kopgevel, het klassieke concept van een remise. De begane grond is sterk gekoppeld aan het stads-, plein, en parkleven. Een vitrine van de stad met een directe visuele relatie naar de omliggende straten en gebouwen. Het bezoekersgedeelte met OV-experience, techniek en educatie vervult een belangrijke rol en krijgt een prominente ligging langs de gevels van het gebouw. De stalling van trams en bussen en magazijnen voor onderhoud en restauratie nemen twee derde van het museum in beslag en zijn in de luwte, langs de GVB remise, geplaatst. Om ook hier een interactie tussen divers programma te stimuleren geven grote puien achter in de winkelunits inkijk naar de stalling. Het museum is voornamelijk een plek van interactie en kennisuitwisseling. Meesters dragen hun kennis over, leerlingen doen ervaring op in techniek, bezoekers in een blauwe overal sleutelen mee aan een onderstel.